Als organisatie ontkom je tegenwoordig niet meer aan social media. Als je niet zelf actief bent met een weblog of Twitteraccount dan wordt er wel over je organisatie geblogd en getweet.
Iedereen kent inmiddels de succesverhalen. De minder succesvolle cases zijn echter ook bekend, van organisaties die ernstige imagoschade opliepen door negatieve berichtgeving op social media of onhandige/afwezige reacties op posts en tweets.
Het boek
Op dit weblog houden wij (Marjet Rutten en Inge Sijpkens) bij wat we op internet zoal tegenkomen over social media. Tevens schrijven we over onze ervaringen met social media en publiceren we interviews met experts of ervaringsdeskundigen uit de bouw-, installatie- en vastgoedsector. Tegelijkertijd hebben we het boek ‘Van weerstand naar transparant’ geschreven, over het nut en het gebruik van internet en social media in de bouw.
Het boek is bedoeld voor organisaties die actief zijn in de bouw-, installatie- en vastgoedsector.
Handvatten en cases
Je vindt in dit boek handvatten waarmee je zonder al te grote tijds- en kosteninvesteringen morgen al aan de slag kunt met social media. Ongeacht je exacte rol in het proces.
Ook voor de meer ervaren gebruiker biedt dit boek vele inzichten, niet in het minst vanwege de 90 (!) voorbeelden uit de praktijk.
Inspiratie
Of je nu bij de overheid werkt of bij een woningcorporatie. Of je nu ontwikkelaar, architect of ingenieur bent. Of je nu actief bent bij een bouwer, toeleverancier of branchevereniging. Wij hopen je met dit weblog en het boek te inspireren in wat de kansen van internet en social media voor je organisatie zijn.
De QR-code in ‘Van weerstand naar transparant’ ‘Van Weerstand naar transparant’ bevat heel veel tips en informatie over internet en social media en de nieuwste ontwikkelingen in de bouw-, installatie- en vastgoedsector. Toch hebben wij in het boek niet altijd alle interessante informatie met uitgebreide bijlages kunnen opnemen. En dat terwijl er op internet natuurlijk ontzettend veel informatie te vinden is.
We hebben dit opgelost door in het boek (met behulp van een QR-code) een link te leggen naar aanvullende artikelen. Die artikelen zijn op deze website te raadplegen. Door de QR-code in het boek (zie hiernaast) te scannen, kom je op deze pagina met links op onze website (zie ook de pagina Links in het boek in het hoofdmenu). In het boek staat voor elk artikel een nummer dat correspondeert met het nummer en de link op onze website.
Allereerst: hoe je reageert hangt natuurlijk af van jou en je organisatie. Sommige mensen zijn nu eenmaal assertiever of directer dan anderen. Kies daarom altijd voor een reactie die bij jou en je organisatie past en volg niet blind de adviezen van anderen als je je daar niet goed bij voelt. En bedenk ook: wat we in het normale leven niet leuk of asociaal vinden, vinden we online ook niet leuk en asociaal.
Bij positieve berichten kan het wijs zijn even pas op de plaats te maken, na te denken over je reactie en te besluiten niet te reageren. Want je denkt misschien al snel ‘Doorsturen!’, ‘Retweeten!’ of ‘Bevestigen!’.
Maar wat als het bericht niet klopt? Of wat, als één van je medewerkers een compliment plaatst over een product dat je verkoopt, waarbij het bericht als het ware de lading krijgt ‘Ik ben goed’. Dan kun je misschien beter niet reageren. Jezelf op de borst kloppen mag, maar liever niet te veel. Het is sterker als anderen positief over je praten.
Besluit je wel op het bericht te reageren, dan is het natuurlijk altijd gepast de zender van het bericht te bedanken. Daarnaast kun je de reactie aanmoedigen of bevestigen en daarmee het positieve beeld van je organisatie verstevigen.
Beoordeel bij negatieve berichtgeving eerst goed met wat voor soort negatieve berichtgeving je te maken hebt. Want iedere organisatie krijgt weleens kritiek, dat is niet uniek en dat heb je niet in de hand. Wat je wel in de hand hebt, is de manier waarop je reageert. Denk daarbij ook na over of je on- of offline wilt reageren. Vaak kun je heel goed online reageren, maar voor sommigen zaken is het nu eenmaal beter als je elkaar in de ogen kunt kijken.
Er zijn helaas ook mensen actief op het web die hun frustraties kwijt moeten en lukraak of zonder werkelijke onderbouwing beschuldigingen plaatsen. Op dergelijke berichten kun je beter niet reageren. Door te reageren maak je het mogelijk groter en erger dan het is. Blijf de berichten van deze persoon wel volgen en zoek uit of er door anderen op de berichten wordt gereageerd. Licht eventueel bestuur of directie in.
Gaat het om iemand die (per ongeluk) foutieve informatie over je organisatie geeft, reageer dan door de feiten te benoemen (gebruik links naar bronnen) en daarmee de foutieve informatie te weerleggen. Doe dit in ieder geval rechtstreeks op het platform/forum waarop het bericht verscheen. En niet op een verwijtende of betweterige toon.
Is er sprake van een boze klant? Heeft iemand een negatieve ervaring met je organisatie gehad? Bied dan excuses aan. Dit kun je op het platform doen waar de frustratie is geuit. Herstel uiteraard voor zover mogelijk wel de fouten die zijn gemaakt en reageer ook persoonlijk naar de betreffende persoon.
Social media reactieschema uit het boek 'Van weerstand naar transparant'
Als je besluit te reageren, reageer dan niet te snel. Het kan lonen eerst even na te denken en nader onderzoek te doen. Bij negatieve berichten moet je misschien eerst je woede laten bezinken. Overhaast je beslissing niet. Zeker niet als er emoties in het spel zijn. Misschien is er zelfs een tevreden klant die reageert op een ontevreden klant, dan wordt de reactie al (deels) voor je gegeven.
Te lang wachten op social media is echter ook weer niet gepast. Stil zijn wordt al snel gezien als afwezig zijn, zeker bij een vraag. Weet je het antwoord niet direct, laat dan even van je horen en geef aan dat het bericht de juiste persoon heeft bereikt. Een antwoord in de trant van ‘We hebben je vraag ontvangen en zoeken het uit. Je ontvangt snel reactie’ kan onrust en irritatie bij de vragensteller voorkomen.
En als je reageert, reageer dan persoonlijk. Omdat online reputatiemanagement voor organisaties zo belangrijk is geworden kiezen steeds meer organisaties ervoor het te professionaliseren. Binnen de organisatie wordt een persoon of een team verantwoordelijk gemaakt voor het monitoren van het web en het gepast reageren op dat wat wordt gezegd en geschreven. Dit is belangrijk. Maar minstens zo belangrijk is deze persoon ook aan je volgers, contacten of fans voor te stellen in je profielbeschrijving en op je website.
De persoon die reageert is online idealiter actief onder zijn eigen naam, maar met de organisatie als duidelijke afzender. Dat kan eenvoudig door aan het einde van elke tweet, post of update van het corporate account de (voor)naam van de afzender te noemen. Online wordt het zeer gewaardeerd als mensen contact kunnen hebben met andere mensen, in plaats van met ‘anonieme’ bedrijven.
Voorbeelden daarvan staan onder meer in ons boek: Van weerstand naar transparant; over het nut en het gebruik van internet en social media in de bouw-, installatie- en vastgoedsector.
Heb je het zelf al eens meegemaakt? Dat je even niet wist wat de beste reactie zou kunnen zijn op een positieve of negatieve tweet of reactie? Wat heb je uiteindelijk gedaan? En hoe pakte dat uit? Extra tips zijn altijd welkom!
‘Van weerstand naar transparant’ bevat maar liefst 90 voorbeelden van het gebruik van internet en social media in de bouw-, installatie- en vastgoedsector. Op dit weblog lichten we cases uit het boek nog eens extra uit óf voegen we nieuwe cases toe.
Deze keer is dat NEN. NEN faciliteert normontwikkeling en bevordert het gebruik van NEN-normen.
Meer contact met de markt NEN heeft een duidelijke visie op de inzet van social media. Het instituut wil, als aanvulling op de bestaande marketingmix, vanuit een niet commerciële basis meer inhoudelijk contact met de markt.
Gewoon doen NEN houdt ook van ‘gewoon doen’, in de dubbele betekenis van het woord. Het instituut is social media ‘gewoon gaan doen’ om op die manier te leren (op voorwaarde dat het belang ervan duidelijk is). Maar NEN vindt ook dat je op social media vooral ‘gewoon moet doen’. Dat je je vooral niet anders moet gedragen dan je in de offline wereld doet.
De doelstellingen van NEN Het belang van social media voor NEN omvat verschillende punten:
Het oor te luister leggen in de markt;
Als informatiebron dienen voor de markt;
Omzetgenererende mogelijkheden scannen;
Co-creatie;
Imagobewaking.
Sven van NEN
Imagobewaking èn -verbetering Wat betreft dat laatste heeft NEN nog een wereld te winnen. Want het kennisinstituut heeft weliswaar bijna 100% naamsbekendheid in de bouwsector, het imago is niet bepaald positief. Zo bestaat het beeld dat NEN een overheidsorganisatie is en NEN-normen verplichte kost zijn, die processen alleen maar bemoeilijken.
Maar NEN is helemaal geen overheidsorganisatie. Het is een onafhankelijk kennisinstituut zonder winstoogmerk dat het proces om tot een norm te komen faciliteert. En NEN-normen zijn vrijwillige en door de markt zelf gemaakte afspraken, waarvoor ook het initiatief wordt genomen door de markt zelf.
Iedereen kan daarom meewerken om tot een NEN-norm te komen, door zitting te nemen in een normcommissie. Met die normen wordt een bepaald probleem op het gebied van een product, dienst of proces opgelost. NEN normen zijn dus juist een instrument om organisaties te ondersteunen in hun bedrijfsvoering.
Door activiteiten op social media en heldere communicatie over wat NEN nu werkelijk doet wil het kennisinstituut de beeldvorming omtrent NEN en de NEN-normen positief beïnvloeden.
Elk social medium zijn eigen doel NEN is inmiddels actief met:
Twitter
Informeren van en contact leggen met de markt via @SVENvanNEN, @NEN_nl, @NEN_bouw, NEN_webcare.
LinkedIn
Wordt voor alle doelen ingezet; als informatiebron (vice versa), voor co-creatie en omzetgenererende mogelijkheden. NEN heeft een company page, (is actief in) discussie groepen, gebruikt de status updates en adverteert.
NEN Blog
Over de MVO-norm ISO 26000; bedrijven bloggen zelf over de invoering van deze richtlijn en welke voordelen zij hiervan hebben. Daarnaast bestaat er een blog over huis-tuin-en-keuken situaties waarin je normen tegenkomt. Vaak is niet bekend dat er voor dagelijkse zaken ook normen bestaan.
Forums
Voor het contact met de markt.
YouTube
Voor het verspreiden van nieuws, het geven van uitleg en toelichting.
Yammer
Voor de interne communicatie.
Facebook
Om de vindbaarheid te vergroten, nieuws te delen en eventueel op langere termijn co-creatie te bewerkstelligen.
NEN social media café NEN begrijpt dat social media voor veel medewerkers nog een nieuw medium zijn om mee te werken. Daarom organiseert het kennisinstituut regelmatig social media cafés. Daarbij worden door de medewerkers zelf presentaties gegeven over specifieke social media, zoals LinkedIn en Twitter. Ook vinden er discussies plaats over de inzet van social media.
Medewerkers kunnen daar vragen stellen en NEN laat zien wat zij op social media doet en wat daarvan de resultaten zijn. Op die manier wordt social media langzaamaan steeds meer gemeengoed binnen de organisatie.
Ben je als organisatie in de bouw-, installatie- en vastgoedsector zelf ook aan de slag met social media? Mail je plan of succesverhaal naar info@internetindebouw.nl. Wij besteden er graag aandacht aan op ons weblog.
‘Van weerstand naar transparant’ bevat maar liefst 90 voorbeelden van het gebruik van internet en social media in de bouw-, installatie- en vastgoedsector. Op dit weblog voegen we nieuwe cases toe, óf lichten we een van de cases uit het boek nog eens extra uit.
Deze keer is dat Wizer. Wizer is een nieuwe zoekmachine van en voor de bouw-, infra- en installatiebranche. Het heeft tot doel de aanwezige kennis in de sector beter en op één plek vindbaar te maken. Daarnaast wil het bouwprofessionals, kennisleveranciers en het bouwonderwijs een plek bieden om samen kennis te maken.
Kennis bieden, delen en ontwikkelen
Het betreft daarbij onder andere kennis op het gebied van wet- en regelgeving, technische informatie, maar ook termen en begrippen. Daarnaast kennis uit onderzoeksrapporten, kennis over trends (zoals duurzaamheid en ketensamenwerking) en kennis over nieuwe ontwikkelingen, zoals BIM.
Wizer geeft daarnaast toegang tot online omgevingen waarin vakkennis ‘open source’ wordt ontwikkeld. Denk aan blogs, wiki’s en online communities.
De rol van social media
Wizer staat in ons boek in hoofdstuk 2, waarin we laten zien wat de sector heeft aan internet en social media. Wizer is daarin een voorbeeld van de mogelijkheden om online kennis op te doen.
Plannen met social media heeft Wizer echter ook. De doelstelling daarbij is drieledig:
Naamsbekendheid opbouwen
Om op die manier het bereik van de zoekmachine en het kennisplatform te vergroten. Zowel onder kennisleveranciers als onder gebruikers.
Monitoren wat er speelt bij gebruikers
Naar welke kennis zoeken zij, met welke vragen zitten zij en welke trends worden zichtbaar? Door te monitoren wil Wizer goed bijblijven en blijven aansluiten bij de wensen van de gebruikers van de zoekmachine. Daarbij wil het op die manier meewerken aan een groter kennisbereik voor de kennisinstituten en –leveranciers, zodat iedereen weet welke kennis er is.
Feedback ontvangen
Vinden de gebruikers Wizer prettig in het gebruik, vinden ze wat ze zoeken, sluit de content nog goed aan bij de actualiteit?
Twitter, Facebook en LinkedIn
De eerste stappen op Twitter zijn inmiddels gezet. Als dat goed loopt volgen Facebook en LinkedIn. Denk daarbij aan de mogelijkheid van Facebook om kleine ‘polls’ te houden om op die manier gebruikers naar hun mening te vragen. Of aan de mogelijkheid discussies op LinkedIn te volgen om op die manier bij te houden welke vragen leven bij de doelgroep. Mogelijkheden ziet Wizer genoeg.
Ben je als organisatie in de bouw-, installatie- en vastgoedsector zelf ook aan de slag met social media? Mail je plan of succesverhaal naar info@internetindebouw.nl. Wij besteden er graag aandacht aan op ons weblog.
‘Van weerstand naar transparant’ bevat maar liefst 90 voorbeelden van het gebruik van internet en social media in de bouw-, installatie- en vastgoedsector. Op dit weblog lichten we cases uit het boek nog eens extra uit, óf voegen we nieuwe cases toe.
Deze keer is dat Bolton Groep, een combinatie die bestaat uit Bolton Ontwikkeling en Bolton Bouw. Bolton is nu ongeveer 7 maanden actief met social media en heeft – direct aanwijsbaar – via social media makkelijker vacatures ingevuld, meer woningen verkocht én de opdracht voor de bouw van een nieuwe school binnengehaald.
Eerst een plan van aanpak Ik praat erover met Bastiaan Brak. Hij is bij Bolton verantwoordelijk voor social media. “Het was halverwege vorig jaar dat onze directie, bestaande uit Peter Bol en Arjan Ton, besloot gebruik te gaan maken van social media. Zij hoorden er al een tijd van alles over en waren nieuwsgierig geworden naar wat Bolton er mee zou kunnen.”
Een presentatie van een gespecialiseerd bureau (Budeco) overtuigde hen en Bolton ging aan de slag. En niet door direct een Twitteraccount en Facebookpagina aan te maken, maar door te beginnen met een plan van aanpak. Wat wilde het bedrijf bereiken met social media en welke social media kanalen zouden het meest geschikt zijn die doelen te bereiken?
4 duidelijke doelstellingen Het doel van Bolton met social media omvat 4 punten:
Uitstraling Het bedrijf wil met de tijd meegaan. Het contact met de huidige generatie behouden en versterken. Niet in het minst ook, omdat het bedrijf actief is op de woningmarkt voor starters.
Communicatie Bolton werkte al (en werkt nog steeds) met nieuwsbrieven, bulletins en natuurlijk de website. Maar voor het versturen van nieuws en tips en om het contact te behouden met relaties zijn social media een mooie aanvulling.
Acquisitie Bolton wil weten wat er speelt en hoe de (vraag in de) markt zich ontwikkelt. Het bedrijf gebruikt social media om dat te volgen. Zo wil het de concurrentie voor blijven.
Verkoop van vastgoed en gronden Via social media kunnen veel meer potentiële kopers worden bereikt.
Gedragscode voor de medewerkers Naast het plan stelde Bolton ook een social media-code op voor de medewerkers. Het merendeel van die medewerkers was nog niet bekend met social media. De gedragscode geeft ze bewustzijn mee van het bereik en het blijvende karakter van berichten op social media. En dat ze dus voorzichtig moeten zijn met wat ze allemaal online zetten (over het bedrijf).
Enthousiasme èn terughoudendheid De aftrap begon met een presentatie aan alle medewerkers. Wat is dat nou, social media, hoe werkt het en wat gaan wij ermee doen?
Terughoudendheid was er wel, zoals bijvoorbeeld bij de uitvoerders op de bouw. Hen werd gevraagd vooral veel foto’s te maken van de bouwplaats, zodat deze gedeeld konden worden op Twitter en Facebook. Nu ze hun eigen foto’s online zien staan en merken dat hier enthousiast op wordt gereageerd zien ze ook in hoe waardevol de inzet van social media kan zijn.
Nieuw project via LinkedIn Bolton is nu actief met Twitter, Facebook en YouTube en wil op korte termijn ook actiever worden op LinkedIn. Dat LinkedIn veel effect kan hebben heeft het bedrijf al ondervonden. Via een connectie van de directeur heeft het bedrijf de opdracht binnengehaald voor de bouw van een nieuwe school.
Woningen verkocht via Facebook Bolton heeft de resultaten van de inzet van social media verder nog niet concreet gemeten. Maar dat het effect er is, is wel duidelijk. Zo werd een vacature snel ingevuld, zonder dat daar advertenties of bureaus aan te pas kwamen.
En via de Facebook Fanpage van nieuwbouwproject ‘De Florijn’ in Zegveld werden veel aanmeldingen ontvangen voor de open avond. Zeker is ook, dat die contacten via Facebook direct hebben geleid tot de verkoop van de woningen van het project.
Zo zie je maar, waar social media wel niet allemaal toe kunnen leiden.
Bolton is ook genomineerd voor de OKW Woerden als onderneming van het jaar 2011. Het thema was ‘Innovatie’ en Bolton is genomineerd in verband met de inzet van ‘Social Media’ en het concept ‘Bolton à la Carte.
Pinterest. Je hebt er ongetwijfeld van gehoord. Ik ook. En ik dacht, laat maar even gaan. Weer een nieuw social medium… Ze komen en gaan.
Maar Pinterest gaat niet. Pinterest blijft en groeit als kool. In december had Pinterest 7 miljoen unieke bezoekers, terwijl dat er in september nog 1,68 miljoen waren. Wat is het, hoe werkt het en wat kun jij ermee?
Pinterest (pin your interests) is een digitaal prikbord (een moodboard) dat werkt met afbeeldingen. Je ‘pint’ allerlei beelden die je zelf maakt of online tegenkomt. Deze ‘pins’ worden dan automatisch gedeeld met de mensen die jouw pins volgen. Zij kunnen jouw pins dan ‘liken’ of ‘repinnen’.
Pinterest is ontstaan vanuit de gedachte ‘iedereen in de wereld met elkaar te verbinden door de dingen die zij interessant vinden’. De oprichters wilden het voor internetgebruikers makkelijker maken om, dat wat zij vinden op internet, op één plek te bewaren en te delen. Zo wordt Pinterest ook veelvuldig gebruikt.
Mensen ‘pinnen’ en organiseren beelden om hun huwelijk, de inrichting van hun huis of de babyuitzet te organiseren. Producten of sfeerbeelden die zij vinden en interessant vinden worden gepresenteerd op een prikbord met links naar de originele URL van de website. Zo weet je altijd waar het product (beeld) vandaan kwam.
Om alles overzichtelijk te houden kun al je pins opdelen in verschillende prikborden. Welke indeling en hoeveel van deze moodboards je gebruikt kun je zelf bepalen.
Pinterest is inmiddels echter al veel meer dan een ‘personal organiser’. Allerlei bedrijven (musea, universiteiten, magazines en zelfs een industrieel bedrijf als General Electric) hebben de website ook ontdekt. Door hun producten, kennis en interesses te tonen werken ze aan hun naamsbekendheid en imago.
Maar niet door puur en alleen reclame te maken, dat wordt namelijk niet gewaardeerd op Pinterest. Nee, juist door sfeervolle, bijzondere en originele beelden te ‘pinnen’. En met succes. Pinterest schijnt nu al net zo goed te werken als Twitter om verkeer naar je website te genereren.
Ik ben zelf net begonnen met experimenteren en kansen voor de bouw zie ik genoeg. Denk bijvoorbeeld aan architecten. Ik heb zelf gewerkt bij een architectenbureau, dus ik weet hoezeer architecten visueel zijn ingesteld en altijd online aan het ‘struinen’ zijn, op zoek naar sfeer en inspiratie in mooie, bijzondere beelden.
Een van de oprichters van Pinterest, Evan Sharp, is ook architect. Hij zegt zelfs:
“When I was designing Pinterest, I was in grad school for architecture, so I was using it for architecture-related drawings and buildings, and I always assumed it would catch on with the design and architecture world. It has, but it’s caught on in so many other verticals, too.”
En wat te denken van bouwbedrijven en projectontwikkelaars? Met Pinterest kunnen zij potentiële klanten in éénoogopslag tonen waar hun focus ligt. Renovatie, nieuwbouw of juist bijzonder duurzaam? De juiste combinatie van foto’s toont direct de juiste sfeer.
Onderzoek is ook mogelijk. Welk type woning, welke sfeer en welk ontwerp vallen het meest in de smaak bij de doelgroep? Je ziet het aan het aantal ‘likes’ en ‘repins’. Of je geeft gebruikers de gelegenheid pins te plaatsen op jouw prikbord. Zo creëer je gezamenlijk een moodboard van een nieuw project en zie je direct wat de gebruikers belangrijk vinden.
Makelaars kunnen zich met behulp van Pinterest ook scherper positioneren. Werk je vooral in de binnenstad van Amsterdam en ligt daar je expertise? Dan zien je moodboards op Pinterest en heel anders uit dan wanneer je vooral in ‘t Gooi en omstreken werkzaam bent.
En voor alle bedrijven geldt: gebruik Pinterest om je bedrijf een gezicht te geven. Vertel je verhaal, missie en toekomstplannen met foto’s. Geef mensen een kijkje achter de schermen of laat iets meer van je bedrijfscultuur zien.
Beeld wordt steeds belangrijker, Marjet en ik beschreven dat ook in ons boek Van weerstand naar transparant, over internet en social media in de bouw. We raken steeds meer visueel ingesteld en zeker de jongere generatie is in toenemende mate gewend om informatie tot zich te nemen aan de hand van beelden in plaats van tekst. Het succes van Pinterest bevestigt dat maar weer.
29 februari gaven wij, samen met Boris Geheniau van Fundament All Media, een live online presentatie over het nut van social media in de vastgoed-, bouw- en installatiebranche. Aansluitend volgde een vraag en antwoordsessie.
Heb je dit webinar ‘Hoe internet en social media de sector voorgoed verandert’ gemist? Het is opgenomen. Bekijk ‘m hieronder.
29 februari veroorzaakt momenteel in de media opschudding omdat ‘werknemers op die datum onbetaald aan het werk zouden moeten’.
Wij dachten: het kan hoe dan ook geen kwaad om er een interessante dag van te maken en organiseren de webinar ‘Hoe internet en social media de sector voorgoed verandert’. Een online seminar over hoe internet – en met name social media – de bouwsector voorgoed verandert.
Samen met Boris Geheniau van Fundament All Media geven wij, Marjet Rutten en Inge Sijpkens (bekend van ons boek: Van weerstand naar transparant), een inspirerende live online presentatie over het nut van social media in de vastgoed-, bouw- en installatiebranche. Aansluitend volgt een uitgebreide vraag en antwoordsessie.
Het belooft een memorabele webinar te worden, niet in het minst door Marjet Rutten’s lidmaatschap van het Bouwteam. Tijdens de webinar worden verschillende cases behandeld, de kanalen en nieuwe methodes. Dus mis het niet: het is de beste investering die je voor jezelf én je baas kunt doen op deze ‘gratis’ dag!
Wanneer je als organisatie aan de slag wilt met internet en social media gelden - simpel gezegd - eigenlijk altijd twee gouden regels.
Gouden regel 1: Social media zijn geen doel op zich, ze zijn een middel. Een communicatiemiddel. Je wordt als organisatie niet actief op Twitter, omdat je ‘tegenwoordig nu eenmaal actief moet zijn op Twitter’. Je wordt actief op Twitter omdat je een doelstelling hebt die (mede) bereikt kan worden met behulp van Twitter en een doelgroep die je kunt bereiken via Twitter.
Bijvoorbeeld, je wilt monitoren wat er over je organisatie wordt gezegd en kunnen reageren. Of je wilt je klantenservice verbeteren en klanten de gelegenheid geven via Twitter vragen te stellen.
Gouden regel 2: Social media gaan over relaties, over interactie en dialoog, NIET over alleen zenden. Lang niet alle organisatie hebben dat nog in de vingers. Een snelle check op Twitter laat al direct zien dat er veel organisaties zijn die alleen maar zenden. En daarmee bedoel ik dat ze vooral bezig zijn met hun eigen boodschap, in plaats van zich te verdiepen in de doelgroep en de behoeften van die doelgroep. Alleen zenden is heel gek, kijk maar eens naar dit filmpje.
Organisaties die alleen maar zenden, hebben over het algemeen ook gouden regel 1 genegeerd. Ze zijn actief geworden op social media ‘omdat dat tegenwoordig nu eenmaal hoort’ en hebben niet of te weinig nagedacht over hun doelstelling en doelgroep. Logischerwijs is dan de kans ook heel klein een doelstelling te behalen.
Maar alleen maar zenden is om een andere reden weinig effectief. Internet en social media gaan namelijk over interactie. Het ‘sociale’ van het web betekent dat mensen elkaar graag willen helpen. Bij het vinden van een antwoord op een vraag, met doorverwijzingen naar nuttige informatie of door mee te denken over de ontwikkeling of verbetering van producten en diensten. Dat vinden we leuk, interessant, soms zelfs een must.
Daarnaast laten wij mensen gewoon heel graag zien wat we leuk vinden én wat we niet leuk vinden, wie we zijn, wat we kunnen, wie we kennen en wat we weten. Internet en social media gaan over delen. Het delen van ervaringen, leuke filmpjes of artikelen, informatie en kennis.
Grappig genoeg wordt het bewijs hiervan geleverd op ons eigen weblog. Want welke artikelen worden het meest gedeeld en geretweet? Juist. Die artikelen waarin we direct oproepen tot interactie. Interactie ook nog, waarbij de lezer de gelegenheid krijgt zichzelf ook een beetje te profileren. Kijk maar eens naar de aantallen tweets onder deze artikelen (in vergelijking met onze andere artikelen):
We krijgen steeds meer berichten binnen van lezers van ‘Van weerstand naar transparant; over het nut en het gebruik van internet en social media in de bouw-, installatie- en vastgoedsector’.
Wij zijn heel erg benieuwd, wat vind je ervan?
We waarderen het enorm als je de moeite zou willen nemen onderaan dit bericht een reactie achter te laten.
Dank je wel!
Sinds websites zo’n belangrijk communicatiemiddel zijn geworden zijn er usability tests. Usability tests onderzoeken waar gebruikers van een website (het eerst) naar kijken. De resultaten worden gebruikt om websites zo in te richten dat de bezoekers de (voor de eigenaar van de website) belangrijkste informatie het eerst zien of lezen.
Usability tests worden niet voor niets gedaan. Internetgebruik draait vooral om zoeken en scannen. Het is dus belangrijk om elke bezoeker direct datgene te laten lezen op je website wat het meest relevant is.
Mensen kijken naar gezichten James Breeze laat op zijn weblog Usableworld.com.au prachtig zien wat het resultaat was van een usability test die hij zelf uitvoerde.
Zo kwam hij er bijvoorbeeld achter dat mensen vooral naar gezichten kijken. Belangrijke informatie plaatsen naast een portretfoto leidt dus af van de tekst. De bezoeker kijkt dan vooral naar de foto en neemt de informatie niet (of later pas) tot zich.
Mensen kijken naar waar een ander naar kijkt
Gebruik van (portret)foto’s is daardoor echter niet direct af te raden. Zeker niet zelfs. James Breeze kwam er namelijk ook achter dat bezoekers kijken naar datgene waar de persoon op de foto naar kijkt.
Zie hieronder twee voorbeelden.
Op de ene webpagina kijkt de baby de bezoeker aan. De bezoeker kijkt daardoor naar het gezicht van de baby (hoe roder de kleur, hoe meer mensen langer naar die plek op het scherm keken) en kijkt niet naar de tekst.
Op de andere webpagina kijkt de baby naar de tekst. Het oog van de bezoeker wordtt daardoor ook naar de tekst getrokken. Resultaat: de bezoeker leest de tekst!
Reacties